Lambert 2008

Lambert 72 – Lambert 2008 – ETRS89

Bij de weergave van geografische data wordt er in België sinds het midden van de jaren 1970 voornamelijk gebruik gemaakt van het officiële Belgische geodetische referentiesysteem en de bijhorende projectie “Lambert 1972” (Lb72). Het Lb72-systeem is gebaseerd op het geodetisch referentiekader Belgische Datum 1972 en de bijhorende Hayford ellipsoïde.

In 1989 werd voor Europa een nieuw geodetisch referentiekader gedefinieerd, ETRS89, dat geschikt is voor nauwkeurige plaatsbepaling op het Europese continent, volledig compatibel is met de internationale standaard WGS84 en gebaseerd is op dezelfde GRS80 ellipsoïde.

Coördinaten afkomstig van GPS-metingen in Europa en Europese geodata gebruiken ETRS89 als standaardreferentiesysteem. In België werd hiervoor tussen 1989 en 2002 het geodetisch net herzien via GPS waarnemingen en werd de Lambert 2008-projectie door het NGI gecreëerd. Om geen verwarring mogelijk te maken tussen het huidige Lb72-systeem (range XY van 10-300km) werden de coördinaten van de oorsprong van de Lambert 2008-projectie gewijzigd met een offset van 500 km in X en Y.

Lambert 2008

In 2007 werd het nieuwe coördinatenstelsel Lambert 2008 ingevoerd. Lambert 2008 vervangt Lambert 2005 dat in 2006 werd ingevoerd door het Nationaal Geografisch Instituut (NGI).

Voordeel

Dit nieuw stelsel levert onder meer voordeel op voor organisaties die hun data-inwinningsprocessen op GPS-metingen baseren. Het betekent dat de zeer hoge nauwkeurigheid van GPS-metingen bewaard kan blijven bij de voorstelling van de resultaten op een kaart. Bij de overgang naar het Lambert 72-coördinatenstelsel ondergaan GPS-metingen een datumtransformatie met een bijbehorende (kleine) afwijking (ordegrootte 12mm) in x- en y-coördinaten op de kaart als gevolg. Dit gebeurt niet langer bij het gebruik van Lambert 2008.

Gevolgen

De beide coördinatenstelsels Lambert 2008 en Lambert 72 blijven naast elkaar bestaan. Het Lambert 72-coördinatenstelsel wordt dus niet afgeschaft. Om het standpunt van voormalige samenwerkingsverband GIS-Vlaanderen te bepalen, werd een impactstudie besteld. In september 2007 werden de resultaten van de impactstudie Lambert2008 voorgesteld aan de leden van de stuurgroep, GI- en GRB-raad. 

In dit project, gezamenlijk uitgevoerd door de onderzoeksgroep KUL-SADL en het voormalige AGIV werd de impact van de invoering van een nieuw nationaal coördinatenstelsel (Lambert 2008) onderzocht, ondermeer op financieel, organisatorisch, technisch en juridisch vlak. Ook het NGI dat aan de basis ligt van de nieuwe kaartprojectie verleende haar medewerking aan deze studie. Op basis van de resultaten van deze impactstudie hebben de adviesraden van GIS-Vlaanderen hun advies overgemaakt. Vanuit wetenschappelijk standpunt is de overstap te overwegen. Evenwel is het echter de vraag of de kost van die bij voorkeur gefaseerde omschakeling de zeer beperkte nauwkeurigheidswinst en meerwaarde kan rechtvaardigen.

Het voormalige GIS-Vlaanderen samenwerkingsverband besloot een afwachtende houding aan te nemen, gelet ook op de toen volop in aanmaak zijnde GRB en verschillende conversieprojecten.

Enkel het NGI zorgde ervoor dat haar dataproducten beschikbaar werden gesteld zowel in het Lb72 als Lambert 2008 kaartprojectie.

In 2017 stelde de AAPD de kadastrale perceelplannen in hun CADGIS-viewer ook ter beschikking in Lambert 2008 coördinaten.

In Vlaanderen is er in de afgelopen 10 jaar geen dringende nood geopperd om over te schakelen naar Lambert 2008.

INSPIRE

Met de INSPIRE-richtlijn (Directive 2007/2/EC of 14 March 2007 establishing an Infrastructure for Spatial Information in the European Community (INSPIRE) ) werd vooropgesteld dat vanaf eind 2017 alle bestaande geografische gegevens die onder Annex I van de richtlijn vallen (ook) moeten aangeboden worden volgens een Europees conform coördinatiesysteem (ETRS89-compatibel) (http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=OJ:L:2010:323:FULL&from=EN). Voor nieuwe datasets geldt die verplichting vandaag reeds. En vanaf eind 2020 geldt dat ook voor de bestaande gegevens die onder Annex II of III vallen. Het huidige LB72-coördinatensysteem en LB72-projectie zijn niet conform de vereisten van INSPIRE.

De INSPIRE-richtlijn vraagt om de gegevens uit te wisselen via verschillende webdiensten (WMS, WMTS, WFS), maar vraagt niet om hiertoe de databanken noodzakelijkerwijs aan te passen.

Voor het aanwenden van coördinaatsystemen biedt INSPIRE hiertoe de technical guidelines (technische richtsnoeren) aan http://inspire.ec.europa.eu/documents/Data_Specifications/INSPIRE_Specification_CRS_v3.0.pdf .

De huidige webdiensten (WMS, WFS), ontwikkeld op de geodata uit de annexen van INSPIRE in beheer van Informatie Vlaanderen, worden aangeboden in verschillende coördinatensystemen waaronder een aantal die gebaseerd zijn op de ETRS89-datum en gebaseerd op de GRS80 ellipsoïde. En zijn m.a.w. conform aan de INSPIRE-specificaties.

Voor specifieke thema’s vraagt INSPIRE dat er een projectie beschikbaar gesteld en gedocumenteerd wordt die het mogelijk maakt om met een bepaalde nauwkeurigheid afstanden/oppervlakten te meten ( zie amendement Commission Regulation No 1253/2013 van 2013 (http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2013:331:0001:0267:EN:PDF; oa p 151) . België voldoet hieraan door de Lambert 2008 projectie van het NGI beschikbaar te stellen en te documenteren. Het is aan de gebruiker om de nodige conversies uit te voeren naar deze Lambert 2008 projectie. Een aantal webdiensten worden om deze reden sinds 2017 door Informatie Vlaanderen in Lambert 2008 aangeboden.

Hierbij maakt Informatie Vlaanderen gebruik van de verbeterde conversiemethodiek, gepubliceerd eind 2017 op de website van het NGI  (zie http://www.ngi.be/NL/NL2-1-7.shtm ). Door gebruik te maken van deze methodiek is de omzetting minder complex, minder tijdsintensief, is toepasbaar in heel wat GIS-software en wordt de omzettingsfout beperkt tot enkele mm.

INSPIRE vraagt echter niet om de beheerdatabanken, toepassingen en procedures naar het Lambert 2008 projectsysteem aan te passen. Enkel voor de uitwisseling (WMS,WFS) wordt gevraagd om aan de INSPIRE vereisten te voldoen.

Het is echter af te wegen om bij nieuwe ingewonnen gegevens ook de ETRS-89 coördinaat op te slaan in databanken, gezien vanuit dit Europese coördinatenstelsel de gegevens vlot in om het even welk projectiesysteem kunnen aangeboden worden.

Voor de hoogte vraagt de INSPIRE-richtlijn om EVRS89 voor de uitwisseling van gegevens te gebruiken. Het huidige TAW hoogtemodel dient ook via een conversie omgezet. In de praktijk kan een offset gehanteerd worden bij het uitwisselen van informatie, in afwachting dat het NGI het huidige TAW hoogtemodel mogelijk herziet. Het NGI zal in 2018 het hoogtecorrectierooster hBG03 vervangen door een nauwkeuriger correctierooster.